Leve de Europese samenwerking !

Op 26 mei 2019 zijn het voor de negende maal Europese verkiezingen. In ons land raken deze spijtig genoeg wat ondergesneeuwd door de samenvallende verkiezingen voor regionale en federale parlementen. Omdat het belang van de Europese samenwerking niet kan onderschat worden, deze historische overschouwing.

100 jaar geleden liep de Eerste Wereldoorlog uit in het (zogenaamd) vredesakkoord van Versailles. Spijtig genoeg bevatte dit werkstuk al de kiemen voor een nieuwe oorlog. Door leugenachtige demagogie en opruiende oorlogstaal slaagden Hitler, Mussolini en consoorten erin om 20 jaar later een nieuwe oorlog te ontketenen, nog gruwelijker dan de eerste…

Desondanks ontstonden er tijdens het interbellum verdienstelijke pogingen om te komen tot hetgeen de 19deeeuwse schrijver Victor Hugo nog de ‘Verenigde Staten van Europa’ noemde. De vooruitziende Oostenrijkse schrijver graaf Richard Coudenhove-Kalergi stichtte de ‘Paneuropese Unie’ in 1923 waar diverse Europese intellectuelen lid van werden: Heinrich en Thomas Mann, Albert Einstein, Stefan Zweig, Paul Claudel, Romain Rolland, Sigmund Freud, Aristide Briand, enz. De Paneuropese Unie bestaat nog altijd en is betrokken bij de Internationale Karelsprijs die de Stad Aachen sinds 1950 uitreikt.

Minstens even belangrijk was het ‘Manifest van Ventotene’, op het gelijknamige Italiaans gevangeniseiland middenin de oorlog (1941) geschreven door enkele jonge socialistische federalisten, Eugenio Colorni (die later vermoord werd), Ernesto Rossi en Altiero Spinelli. Colorni’s weduwe, Ursula Hirschmann redde de tekst voor hij vernietigd kon worden en huwde later met Spinelli.

Uit de verschrikkelijke puinhoop van de Tweede Wereldoorlog rees echter nieuwe hoop. Een aantal politici, intellectuelen, ondernemers en vakbondsmensen waren vastbesloten een einde te maken aan de haat en rivaliteit tussen de Europese landen. Enkele moedige politici zoals Robert Schuman, Jean Monnet, Konrad Adenauer, Paul-Henri Spaak en de reeds genoemde Altiero Spinelli plantten de kiemen van een Europese samenwerking. Er ontstonden nieuwe bewegingen, zoals de ‘Europese beweging – European Movement’ onder leiding van Duncan Sandys, de schoonzoon van Winston Churchill. In België waren er Hendrik Brugmans, die in Brugge het Europa-college oprichtte, en Karel Verleye, die het initiatief nam tot het Europacentrum Ryckevelde.

Deze 'verlichte' politici wilden voor Europa nieuwe structuren opbouwen op basis van gemeenschappelijke belangen en sloten verdragen die recht en gelijkheid tussen alle landen moesten waarborgen. Op 9 mei 1950 richtten België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Italië de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) op. Zo werden de grondstoffen, die 10 jaar voordien massaal voor de oorlog ingezet werden, op een symbolische wijze omgevormd tot instrumenten van verzoening en vrede.

In 1958 gingen dezelfde landen over tot een nog grotere integratie, in de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Gesterkt door dit succesverhaal, voegden andere landen zich bij de club: in 1973 het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken (Noorwegen haakte op het laatste moment af). In de jaren ’80 werden de nieuwe democratieën Griekenland, Spanje en Portugal lid, na decennia van dictatuur. In het Oosten van Europa konden democratische experimenten echter niet op tegen de starre Sovjet-dictatuur.

Nadat de Berlijnse muur viel en de Koude Oorlog ophield, stroomden de nieuwe landen toe zodat de Europese Unie momenteel 28 landen telt. Sinds 1995 zijn de grenscontroles (grotendeels) afgeschaft en sinds 2002 betalen ruim de helft van de landen met de Euro als gemeenschappelijke munt. Bevlogen geesten spraken reeds hun droom uit voor de ‘Verenigde Staten van Europa’…

Het Europese verhaal is sterk en uitdagend, maar ook kwetsbaar. Financiële en economische vooruitgang hebben zich nog te weinig vertaald in sociale vooruitgang. Er is gevaar voor een te grote bureaucratie, de instellingen werken te log en er is een te grote kloof tussen de Europese besluitvorming en de Europese burger. En soms kan Europa onvoldoende efficiënt reageren op de grote uitdagingen van een sterk geglobaliseerde wereld, met nieuwe uitdagingen zoals de klimaatopwarming, oorlogen en terrorisme, groeiende ongelijkheid, migratie, enzovoort.

Oude demonen steken dan opnieuw de kop op: sommige politici proberen angst te creëren om terug op zichzelf te plooien en schuwen daartoe geen enkele vorm van populisme, racisme en zelfs antisemitisme. Het kwaad van het extreme nationalisme zit overal en vaak wordt de Europese samenwerking gebruikt om de eigen onmacht en onkunde te verdoezelen. Dit zorgde er zelfs voor dat een van de grote landen in een destructieve spiraal van electoraal opbod ervoor koos om de Unie te verlaten, de Brexit.

In mei kiezen we voor de 9de keer sinds 1979 onze afgevaardigden voor het Europees parlement. Ik breng graag de woorden van Jean Monnet in herinnering: “ Er bestaan twee soorten dynamiek : die van de hoop en die van de angst. Die laatste leidde uiteindelijk altijd tot onderdrukking, geweld en zelfs oorlog. We hebben dus geen keuze dan voor de hoop te kiezen.”

Aan die versmachtende greep van angst moeten de Europese burgers zich ontworstelen. Europa blijft zowel een doel als een middel, een onvoltooid belang en een na te streven ideaal. Daarom verdient de Europese samenwerking een blijvende inzet van iedereen, politici, ondernemers, vakbonden, kunstenaars, culturele actoren en middenveldorganisaties… Allen moeten we blijven investeren in het algemeen Europees belang.

Aan jou de keuze op 26 mei: ofwel kies je voor een kandidaat of partij die deze hoopvolle boodschap mee wil ondersteunen, ofwel voor een die angst, verdeeldheid en eigenbelang predikt.

Meer lezen

Liebrecht Salen