Een Belgische piloot bij de RAF: Jozef Alfons Deneys

Er vlogen tal van Belgische piloten bij de RAF, waaronder een oud-dorpsgenoot: Jozef Alfons Deneys. Hij overleefde de oorlog spijtig genoeg niet.

Belgen in de lucht

Doordat de meeste Belgische vliegtuigen vernield werden tijdens de 18-daagse veldtocht, konden weinig vliegtuigen na de capitulatie de wijk nemen naar het buitenland. 27 Belgische vliegeniers sneuvelden tijdens de oorlogshandelingen tussen 10 en 28 mei 1940.

Een aantal Belgische vliegeniers konden gelukkig wel ontsnappen via onbezet Frankrijk, Marokko en Spanje. Zij werden, net als andere vliegeniers uit bezette Europese landen, direct opgevangen in Groot-Brittannië en opgeleid door de Royal Air Force. Zij kwamen terecht in verschillende machines: jachtvliegers zoals de Spitfire en Hurricane, nachtjagers en bommenwerpers. Er was grote nood aan extra-vliegeniers na de Slag om Engeland. De meeste Belgen kwamen terecht bij de squadrons 131 en 609, die vooral missies vlogen boven Noord-Frankrijk.

Het 350ste en 349ste squadron

In november 1941 werd het 350ste squadron opgericht, volledig bestaande uit Belgische vliegeniers. Zij vlogen van 1941 tot het einde van de oorlog met Supermarine Spitfires onder het motto ‘Belgae gallorum fortissimi’ (naar Julius Caesar). Hun eerste opdracht bestond uit het beschermen van konvooien in de Ierse zee, vanaf 1942 werden zij ook ingezet boven Frankrijk Er sneuvelden diverse vliegeniers in de strijd. Een van de topschutters, Henri Picard, werd na een crash krijgsgevangen genomen en in maart 1944 na een ontsnappingspoging in koelen bloede vermoord.

Een tweede Belgisch squadron, het 349ste sqn, werd opgericht op 10 november 1942 door Belgische vliegeniers op de vliegbasis Ikeja in Nigeria (toen nog een Engelse kolonie). Zij vlogen met Curtiss Tomahawk en werden aanvankelijk alleen ingezet voor de transfer van vliegtuigen naar het Midden-Oosten. In mei 1943 werd het 349 sqn in het Verenigd Koninkrijk ingezet voor escortes van bommenwerpers. Zij vlogen ook met Supermarine Spitfires en werden na de landing in Normandië ingezet boven Frankrijk als jachtbommenwerpers.

Belgen in andere squadrons

Ook in het 609 sqn vlogen verschillende Belgische vliegeniers in een internationaal squadron. Zij vlogen met Hawker Typhoon. Het opmerkelijkste wapenfeit van dit squadron staat op naam van de Belgische f.o. Jean baron de Sélys Longchamps, die op 23 januari 1943 bij volle dag helemaal alleen het Gestapo-hoofdkwartier in de Louisalaan in Brussel vernielde. De dappere vliegenier werd voor zijn drieste daad gedegradeerd in rang en zou in augustus 1943 neergeschoten worden. Hij overleefde de oorlog niet…

De RAF bestond uit honderden squadrons, niet alleen Britse, maar ook Canadese, Australische, Zuid-Afrikaanse en Newzeelandse squadrons. Naast de 2 Belgische waren er ook 14 Poolse, 12 Franse, 4 Tsjechische, 4 Noorse, 3 Griekse en 3 Tsjechische squadrons.

RAF Pilot Officer Jozef Alfons Deneys

Jozef Alfons Deneys werd geboren op 1 augustus 1918 te Roosbeek en was een achterneef van Henri Deneys, de enige gesneuvelde soldaat op het oude kerkhof van Bierbeek.

Hoe Alfons Deneys in Groot-Brittannië terecht kwam, is niet geweten. Hij maakte geen deel uit van de Belgische luchtmacht voor 1939. Feit is dat hij na zijn training tot pilot officer (p.o.) terechtkwam bij het 1451 squadron in de luchtmachtbasis Hunsdon (Hertfordshire). Dit was een speciale eenheid die vloog met nachtjagers B-20 Douglas Havoc. Deze toestellen waren uitgerust met Turbinlite, grote zoeklichten waarmee ze vijandelijke bommenwerpers konden onderscheppen.

P.o. Deneys verongelukte op 22 oktober 1941 in een B-20 Havoc met nummer AX912. Hij vloog dit toestel samen met Sgt. Jackson (special signals NCO bij het 85 sqn). Hun vliegtuig stortte om onbekende redenen neer bij de landing nabij hun basis Hunsdon (Hertfordshire). P.o. Deneys stierf ter plaatse, sgt. Jackson overleed op 27 oktober 1941 aan zijn verwondingen in het Haymeads Hospital te Bishop Stortford (Hertfordshire).

Jozef Alfons Deneys werd begraven in het ereperk van de Belgische vliegeniers op de stedelijke begraafplaats in Brussel.