De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki

Op 6 augustus herdenkt de wereld de slachtoffers van de atoombom boven de Japanse havenstad Hiroshima in 1945. En op 9 augustus deze van Nagasaki. Voor de overwinnaars van toen een logische laatste zet in een bloedige oorlog, voor anderen een gruwelijke slachting of zelfs een oorlogsmisdaad. Ondanks een krankzinnige uitbouw van nucleaire wapens tijdens de Koude oorlog, bleef de inzet van atoombommen gelukkig beperkt tot deze twee steden.

Japan in de Tweede Wereldoorlog

Japan was tot de 20ste eeuw een besloten eiland met een strenge conservatieve cultuur, gestoeld op eergevoel, groepsdruk en een bijna goddelijke verering voor de keizer. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw bouwde Japan een zware industrie uit en breidde het zijn macht en zijn markt uit naar het Aziatische continent. Al in 1894 gaf dit aanleiding tot een Eerste Japans-Chinese oorlog, waarin Japans aspiraties gedwarsboomd worden door de Britse en Franse kolonisatoren en door de USA dat ook eilanden in de Stille Zuidzee (Filippijnen, Polynesië, Hawaii) begon te koloniseren.

Tijdens het interbellum versterkte Japan zijn militaire industrie en bouwde een ontzagwekkend keizerlijk leger uit met een accurate luchtmacht en een moderne zeemacht, die over de grootste vliegdek- en slagschepen beschikte ter wereld. Vanaf 1937 ging Japan opnieuw een oorlog aan met het China van Chiang Kai-Tsjek en veroverde het Mantsjoerije (Noord-China). Door de vijandige houding tegenover Groot-Brittannië, Frankrijk en de USA zocht Japan toenadering tot de As-mogendheden. Op het moment dat de nazi’s Europa onder de voet lopen, bezette Japan Frans Indo-China (Vietnam en Cambodja) en Nederlands Indië (Indonesië) en startte het een open oorlog in de jungle van Siam (nu Thailand en Myanmar).

Op 7 december 1941 viel Japan onverwacht de militaire haven van Pearl Harbour aan op Hawaii. Er sneuvelden meer dan 2.400 militairen en een groot deel van de Navy-vloot en vliegtuigen werden vernield. Het gevolg is bekend: de USA verklaarden de oorlog en werden vanaf dan betrokken in de Tweede Wereldoorlog.

Het begin van het einde

We springen 3 jaar verder: in mei 1944 landden de geallieerde troepen in Normandië en is het Derde Rijk van Hitler in de verdediging gedwongen. Aan het oostelijk front eiste de Sovjet-Unie de overwinning op in Stalingrad en drong het de Duitse troepen langzaam maar zeker terug naar de Heimat. Vanaf 1944 intensifieerden de geallieerden hun zgn. ‘tapijtbombardementen’ op steden, om het moreel van de vijand te ondermijnen en Duitsland murw te slaan. Enkele dagen na de zelfmoord van de Führer op 8 mei 1945 gaf het Duitse opperbevel zich over. Duitsland is verslagen, het hele land lag in puin.

Ook in het Verre Oosten zetten de Amerikanen Japan steeds verder onder druk. Na dramatische en heroïsche gevechten in Zuid-Oost-Azië en op de eilanden in de Stille Oceaan moest Japan volledig op zichzelf terugplooien. Ook hier probeerde men de vijand onder druk te zetten door tapijtbombardementen, met als dramatisch hoogtepunt het bombardement van Tokio op 9 en 10 maart 1945, waarbij meer dan 100.000 burgerdoden vielen.

Op 26 juli 1945 kwamen de geallieerden in Potsdam overeen dat ook Japan zich onmiddellijk en onvoorwaardelijk moest overgeven. Bij de Japanse legerleiding bestond echter grote weerstand tegen een vredesakkoord omdat men vreesde dat de Japanse keizer zou vervolgd worden als oorlogsmisdadiger. De nieuwe Amerikaanse president Truman besliste daarop om het ultieme wapen in te zetten: de atoombom.

De start van het atoomtijdperk

Al voor de Tweede Wereldoorlog waren wetenschappers bezig met het onder menselijke controle brengen van atoomsplitsing. In 1938 al beschoten de Duitse fysici Hahn en Strassmann een uraniumkern met neutronen[1]. Hierdoor ontstonden lichtere elementen en was er de facto sprake van een 'kernsplijting'. Einstein had reeds uitgerekend dat hierbij een grote hoeveelheid energie vrijkwam. Als deze neutronen weer een volgende splijting teweegbrachten, zou een kettingreactie ontstaan – en zou dus een ontzettende hoeveelheid energie ontstaan.

In Los Alamos (Arizona) startte in 1943 het kruim van de toenmalige wetenschappers (paradoxaal genoeg vooral wetenschappers die gevlucht waren voor de nazi's) het 'Manhattan'-project[2], een ultrageheim project om uranium te verrijken. Dit uranium kwam overigens uit Belgisch Congo. Op 16 juli 1945 vond de eerste gecontroleerde test-explosie plaats (codenaam Trinity). Vervolgens slaagde men erin om twee atoombommen klaar te maken voor gebruik: een uraniumbom (Little Boy) en een plutoniumbom (Fat Man). Er werd lang over nagedacht of deze bommen ook ingezet moesten worden. Veel geleerden kregen toen reeds gewetensbezwaren: zo vonden Joseph Rotblatt en Leo Szilard dat de bom ontwikkeld was om Hitler voor te zijn en af te dreigen, maar nu Duitsland verslagen was, huiverden zij voor een daadwerkelijke inzet op het slagveld.

Uiteindelijk gaf de Amerikaanse president Truman de opdracht om de bommen tegen Japan te gebruiken. Op 6 augustus 1945 werd Little Boy boven Hiroshima gedropt en maakte op slag 78.000 doden en evenveel gewonden. Op 9 augustus 1945 maakte Fat Man in Nagasaki[3] 32.000 doden en 25.000 gewonden…

Waarom Hiroshima en Nagasaki?

Tal van historici zijn het erover eens dat de atoombombardementen uit militair oogpunt niet noodzakelijk waren. Waarschijnlijk zou Japan zich ook overgegeven hebben zonder het gebruik van de atoomwapens. Het land was immers totaal murw geslagen en alle bondgenoten waren verslagen. Was dit een inschattingsfout van de kersverse president Harry Truman[4] of een afrekening van Amerikaanse generaals die de verschrikkelijke slag van Okinawa (april tot juni 1945) wilden wreken op Japan?

Er was een geopolitieke reden: op 8 augustus 1945 verklaarde de Sovjet-Unie na lang dralen de oorlog aan Japan. Dit was weliswaar afgesproken tijdens de Conferentie van Jalta (februari 1945), maar het doorkruiste de geallieerde belangen in Azië. Men wilde, kost wat kost, vermijden dat de Sovjet-Unie zijn invloed zou uitbreiden naar Azië, door de anti-koloniale bewegingen in Franse en Britse kolonies en de opstand van Mao Zedong tegen de Kwo Min Tang in China te steunen.

En dan was er nog een andere, bijzonder cynische reden: de militairen en wetenschappers hadden twee verschillende bommen[5] ter beschikking en sommigen wilden die allebei op het slagveld uittesten. Om die reden koos men ook expliciet voor doelen die nog niet 'gecontamineerd' waren, m.a.w. nog niet met conventionele bommen bestookt werden. Hiroshima en de andere doelen (Kyoto, Kokura, Nagasaki,...) kwamen hiervoor in aanmerking, alleen zo konden de gevolgen wetenschappelijk onderzocht worden.

Koude oorlog en nucleaire wapenwedloop

Het vervolg is algemeen bekend: er ontstond een schisma tussen de bondgenoten Engeland en de USA enerzijds en de Sovjet-Unie anderzijds. Churchill sprak al in 1946 over een 'IJzeren Gordijn'. Later, in 1947, deelde de zgn. ‘Truman-doctrine’ de wereld op in de zgn. ‘vrije landen’ die volop hulp en bijstand kregen (waaronder de Marshallhulp[6]) tegenover de landen onder de ‘communistische dictatuur’...

In 1949 werd dit bekrachtigd door de oprichting van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO-NATO in het Engels) – met medewerking van enkele Zuid-Europese landen waar vrijheid van meningsuiting allesbehalve vanzelfsprekend was (Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije…).

Ook de wapenwedloop ging door: eerst was er de A-bom, vanaf 1952 de H-bom[7], er werden kernwapens ontwikkeld voor bommenwerpers, voor duikboten en sinds de ontwikkeling van de ruimtevaart (wedloop die wél door de Sovjets 'gewonnen' werd met de lancering van de Spoetnik op 4 oktober 1957) ook met lange afstandsraketten. Begin de jaren '60 bleek dat er genoeg kernwapens opgesteld waren om heel de wereld in een klap te vernietigen.

Waren er dan geen oorlogen meer tijdens de Koude Oorlog? Natuurlijk wel. Na WO II hingen de (oude) koloniale machten Frankrijk en Groot-Brittannië in de touwen en de dekolonisering van Azië en Afrika kwam op volle snelheid. Vooral de USA en de USSR probeerden zoveel mogelijk landen binnen hun invloedssfeer te brengen. En als dat niet goedschiks kon, was er altijd wel ergens een sluimerende stammentwist of een historisch onrecht dat een conflict kon triggeren.

Afrika, Azië en in de Stille Oceaan werden het toneel van tientallen 'burgeroorlogen', in stand gehouden door wapenleveringen uit de USA, de USSR of andere landen[8]. In de Koreaanse oorlog (1950-1953), de Vietnamoorlog (1946-1975) en de oorlog in Afghanistan (1981-1989) stonden de USA en de USSR (samen met China) frontaal tegen elkaar. Tijdens de Cubacrisis (1962) werd de Koude Oorlog plots heel erg warm – toen bleek dat de Sovjet-Unie raketten, die mogelijk konden uitgerust worden met kernkoppen, naar Cuba verscheepte. De Amerikaanse president Kennedy dreigde toen met het gebruik van het ultieme wapen en de schepen keerden terug.

Onderhandelingen en vredesbewegingen

Ondertussen waren niet alleen de USA en de USSR in bezit van kernwapens. Ook Frankrijk en Groot-Brittannië ontwikkelen kernwapens en vanaf de jaren '60 ook de Volksrepubliek China.
Op 1 juli 1968 stelde Ierland een verbod voor op de verspreiding van kernwapens (het 'non-proliferatie-akkoord'). 189 landen binnen de Verenigde Naties volgden het Ierse voorbeeld en engageerden zich om geen kerntechnologie te exporteren EN te importeren. Vier landen tekenden niet: India, Pakistan, Israël en Noord-Korea. Niet toevallig die landen die ondertussen ook kernwapens ontwikkeld hebben.

En ook de publieke opinie begon zich te roeren: 10 jaar na Hiroshima en Nagasaki schreven de Duits-Amerikaanse fysicus Albert Einstein (Nobelprijs 1921) en de Engelse filosoof Bertrand Russell (Nobelprijs 1925) samen met 10 andere wetenschappers en Nobelprijswinnaars een oproep voor vrede – het ‘Russell-Einstein-manifest’. Het waarschuwde voor de gevaren van kernwapens en riep de wereldleiders op vreedzame oplossingen voor internationale conflicten na te streven. Na het overlijden van Einstein richtten twee andere ondertekenaars (en ex-medewerkers aan het Manhattan-project), Joseph Rotblatt en Leo Szilard de Pugwash-conferantie op (Nobelprijs 1995). De stokoude Bertrand Russell ontpopte zich tot het geweten der natie en richtte de Campaign for Nuclear Disarmement (CND) op in Engeland. De burgemeesters van Hiroshima en Nagasaki tot slot starten een internationale campagne op – the ‘Mayors for Peace’ (burgemeesters voor de vrede), waarvan duizenden plaatselijke gezagdragers lid zijn. Ook Bierbeek is lid van deze vredesbeweging.

Onder deze immense publieke druk kwamen politici in verschillende landen bijeen om ontwapeningsakkoorden te onderhandelen. Dit ging echter een proces van vallen en opstaan. Zo betitelde de aartsconservatieve president Ronald Reagan in 1980 de Sovjet-Unie als 'the evil empire' en weigerde hij het SALT II-akkoord te ratificeren. Hij gaf de militairen vrij spel om een ruimteschild uit te bouwen[9] en in Europa 572 zogenaamde middellange afstandsraketten te installeren. Hierdoor dreigde Europa een potentieel slagveld te worden.

Het NAVO-dubbelbesluit werd fel gecontesteerd en in heel Europa verzamelden honderdduizenden mensen zich in de vredesbewegingen. Ook in Oost-Europa ontstonden tal van burgerbewegingen die voor meer vrijheid en vrede opkwamen. Ondanks de grootste betoging in de Belgische geschiedenis met 450.000 vredesdemonstranten in oktober 1983, verklaarde de regering o.l.v. Wilfried Martens zich in 1985 akkoord om kruisraketten te installeren in Florennes en Kleine-Brogel.

In 1987 kwam dan toch witte rook: dezelfde Reagan sloot na lange onderhandelingen met de Sovjet-Unie het INF-akkoord (Intermediate Range Nuclear Forces), een eerste voorzichtige stap naar nucleaire ontwapening.

Einde van de Koude Oorlog maar nucleaire opbouw blijft bestaan

De rest is geschiedenis: een nucleaire oorlog is er gelukkig nooit gekomen. In de Sovjet-Unie kwam in 1985 ene Michael Gorbatsjov aan de macht, die het hele Sovjet-apparaat probeerde te hervormen. In 1989 viel het IJzeren Gordijn en de Berlijnse Muur en in 1991 implodeerde de Sovjet-Unie[10]... Maar ondertussen staan er nog wel tienduizenden atoomwapens overal in de wereld, vooral in de USA en in Rusland. Maar er staan ook nog enkele honderden in Groot-Brittannië, Frankrijk, China, India, Pakistan, Israël en (waarschijnlijk) in Noord-Korea.

Anno 2019 is de vrees reëel dat er een nieuwe bewapeningswedloop zal opstarten. Niet gehinderd door enige historisch besef werd het INF-akkoord opgezegd door de Amerikaanse president Trump en zijn Russische evenknie Poetin. Blijkbaar heeft het militair-industrieel complex nieuwe wapens ontwikkeld. Wat de rol daarin zal zijn van de tientallen kernkoppen die sinds 1985 opgeslagen liggen in de luchtmachtbasis van Kleine-Brogel is onbekend. Overigens heeft geen enkele Belgische regering hierover enige zeggingsmacht, de kernkoppen zijn en blijven eigendom van de USA. Hoelang nog?

[1] Uranium is element nummer 92 en de kern bevat 92 protonen en 146 neutronen. Dit geeft een atoomgewicht van 238. In de natuur bevat uranium voor minder dan 1 % ook een lichtere isotoop met atoomgewicht 235. Om de kettingreactie op gang te brengen, bleek U 238 minder geschikt dan U 235, waardoor het percentage van dit laatste veel hoger moest liggen. Door 'verrijking' (ultracentrifuges) kan men meer U 235 bekomen. Overigens kan men uit U 238 ook plutonium 239 maken (94 protonen en 145 neutronen) dat nog makkelijker splijtbaar is.

[2] Niet alleen de uit Duitsland gevluchte Nobelprijswinnaar Einstein (1879-1955) was met nucleaire fysica bezig, ook de Deense fysicus Niels Bohr (1885-1962), Nobelprijswinnaar in 1922. Aan het Manhattanproject werkten mee: de gevluchte Italiaanse fysicus Enrico Fermi (1901-1954), de uit Hongarije gevluchte John von Neumann (1903-1957), Edward Teller (1908-2003) en Leo Szilard (1898-1984), de Pool Joseph Rotblatt (1908-2005) en de Nederlander Samuel Goudsmit (1902-1978), evenals de latere Nobelprijswinnaars Murey Gell-Mann (°1929) en Richard Feyerman (1918-1988). Het Manhattanproject werd wetenschappelijk geleid door Robert Oppenheimer (1904-1967) en militair door luitenant-generaal (en ingenieur) Leslie Groves (1896-1970).

[3] Oorspronkelijk was gekozen voor andere steden. Kyoto werd geschrapt omwille van zijn culturele waarde en vervangen door Hiroshima. Voor het tweede bombardement koos men voor de industriestad Kokura. Maar omdat er teveel bewolking was, koos de bemanning voor een alternatief: Nagasaki. De bom werd echter verkeerdelijk 3 km naast het centrum gelost, waardoor hij in minder bevolkt gebied viel en relatief minder schade veroorzaakte.

[4] Harry Truman (1884-1972) werd in januari 1945 vice-president onder Franklin D.Roosevelt (1882-1945) en hij volgde hem op, na zijn overlijden op 12 april 1945. Truman bleef president voor de Democratische partij tot 1953 toen de Republikein en vijfsterren-generaal Dwight Eisenhower (1890-1969) de fakkel overnam.

[5] Er was ooit sprake van een derde “soort” bom, maar dit is volledig fictief en historisch onwaar. De waterstofbom, waarbij gebruik gemaakt wordt van de energie die vrijkomt uit kernfusie, werd pas tegen 1952 ontwikkeld.

[6] Het Marshallplan of European Recovery Program (ERP) werd genoemd naar vijfsterrengeneraal en minister van Buitenlandse Zaken George Marshall (1880-1959), Nobelprijs voor de Vrede in 1953. Het plan pompte 12,5 miljard dollar in de heropbouw en economische investeringen in 16 West-Europese landen (ook West-Duitsland).

[7] De waterstofbom ontstaat door de kernfusie van waterstofatomen tot helium. De eerste waterstofbom werd ontwikkeld door Edmund Teller en Stanislav Ulam, twee uit Midden-Europa gevluchte wetenschappers en werd tot ontploffing gebracht op 1 november 1952 op de atol Eniwetok (Marshalleilanden – USA).

[8] Paradoxaal genoeg zijn net de 5 kernmachten (en vaste leden van de UNO-veiligheidsraad met vetorecht) ook de grootste exporteurs van conventionele wapens. Ook België is een middelgrote wapenexporteur, vooral dan van handvuurwapens (FN Herstal).

[9] Dit ruimteschild zou de USA beschermen, maar betekende ook een scheeftrekking van het nucleaire evenwicht vermits één partij op slag onkwetsbaar werd. Hierdoor werden alleen de Europese medestanders gegijzeld.

[10] Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zorgde ervoor dat er plots enkele 'nieuwe' kernmachten bijkwamen, want zowel Oekraïne, Wit-Rusland als Kazachstan 'erfden' de kernkoppen op hun grondgebied. Ondertussen zijn deze wel opnieuw in Russische handen.

Liebrecht Salen, voor de werkgroep Oorlog&Vrede