De crash van een Halifax op 28 mei 1944

Op 27 mei 1944 ’s ochtends werd in luchtmachtbasis Leeming (Yorkshire) het “OPERATION ORDER N° 143” uitgevaardigd. Alle 18 Halifax-toestellen van het 427 Sqn Royal Canadian Air Force zouden deelnemen aan een bombardement op het Duitse legerkamp in Leopoldsburg. De vliegtuigen werden voor een laatste maal nagekeken, getankt en geladen met hun bomlading.

Om 23:27 steeg Halifax ZL-W op van de basis Leeming en zette koers naar het punt van waar de oversteek van het kanaal begon. In de buurt van de grens van België met Nederland kruisten ze de kustlijn. Van daar ging het richting Gent dat ze ten noorden voorbijvlogen. Dan volgde een koerswijziging naar het oosten richting Leopoldsburg waar ze waarschijnlijk bij de eersten aankwamen en hun bommen dropten.

Het bombardement begon even voor 2 uur en zou 25 minuten duren. ZL-W draaide dan scherp naar het zuiden en maakte even later terug een bocht om koers te zetten naar een punt ten zuiden van Brussel. Vandaar zou het terug richting Gent en kust gaan.

Zo ver geraakten ze echter niet. Om 2:04 uur worden ze op 3600 meter hoogte beschoten door de Messerschmitt Bf110 G4 van Leutnant Kurt Matzak van de Nachtjagd bij Sint-Truiden. De heldere nacht door maanlicht speelde de Halifax zeker ook parten. P/O Anderson van het 158 Sqn zag een bommenwerper neergaan en noteerde de coördinaten 50.52N-04.50E - op de kaart is dit ‘De Heide’ van Lubbeek.

Een getuige zag het vliegtuig daar brandend overvliegen. Even later zag een andere getuige het boven de Zielenberg in Lovenjoel overkomen. Daarna werden de inwoners van de Weterbeek en de Bremt wakker geschud door een zeer laag overvliegend vliegtuig. Enkele ogenblikken later was er een ontploffing en het vliegtuig stortte neer op het Lovenjoelseveld vlak aan het station van Lovenjoel.

De klap was verschrikkelijk. Talloze brokstukken lagen verspreid over grote afstand, tot zelfs aan de overkant van de spoorweg. In het wrak vonden de toegesnelde omwonenden 5 lichamen. Eén lag enkele meter van het wrak, allen waren gedeeltelijk verkoold. De veldwachter van Lovenjoel, Herman Landeloos, laat optekenen dat hij ter plaatse kwam om 2 uur 15 minuten. Hij kan ’s 4 inzittenden identificeren aan de hand van “een plaatje in ebonite” (Cardinal, Nahu, Rudge en Vinett), van een vijfde stoffelijk overschot was het insigne ‘Canada’ nog leesbaar. ‘s Morgens kwam de plaatselijke schrijnwerker, Louis Andries, om de lichamen te ‘kisten’. Hij kon alleen het lichaam bergen dat buiten het vliegtuig lag.

Daags nadien werd van de 6 omgekomen piloten een overlijdensakte opgemaakt en ze ”op het bevel van de Duitsche militaire overheid” begraven op het Kerkhof van Lovenjoel.

De zevende inzittende, navigator Smith (RCAF) werd pas op 4 juni gevonden in een bietenveld halverwege de Weterbeekstraat – grondgebied Bierbeek. Getuigen wisten kort na de crash dat hij daar lag op zijn rug , met zijn parachute op zijn buik. We zijn niet kunnen te weten komen of hij geprobeerd had deze te openen. Feit is dat het valscherm kort daarna verdwenen was.

De bemanning

De bemanning van het verongelukte toestel bestond uit 7 mannen, 5 Canadezen en 2 Britten.

  • Captain of gezagvoerder was P/O Benjamin Cyrus SCOBIE, geboren op 26 juli 1917 in de Canadese hoofdstad Ottawa. Hij was gehuwd met Nancy Anderson en het echtpaar had 3 jonge kinderen, Kenneth, John en Jean. Scobie was brandweerman in het burgerleven en het gezin woonde in Edmonton (Alberta). Ben Scobie werd ingelijfd en kreeg een opleiding tot piloot. Hij vloog pas vanaf 10 maart 1944 met een Halifax en had 9 missies gevlogen: 3 over Duitsland (Düsseldorf, Karlsruhe en Aachen), 5 over bezet Frankrijk (Trappes, Lens, Paris, Aulnoye en Le Mans) en 1 over bezet België, de opdracht die hem fataal werd.
  • P/O Joseph Jacques Bruno CARDINAL werd geboren op 19 juni 1919 in Montreal (Quebec) en was Franssprekend. Hij was ongehuwd, werkte als boekhouder en woonde in Montreal. Hij trad in dienst vanaf 17 september 1943. Hij fungeerde bij zijn laatste opdracht als ‘mid-upper-gunner’ : in een geïsoleerde positie in de geschutskoepel bovenaan de romp had hij 4 mitrailleurs ter beschikking. Deze positie was zeer precair, het werd soms tot -40°C op grote hoogte.
  • F/O Norman Gilbert NAHU werd geboren in Vancouver (British-Colombia) in 1917 uit een familie die afkomstig was van Hawaii. Hij was als ‘bomb-aimer’ verantwoordelijk voor de perfecte uitvoering van het bombardement. Hij zat voorin het vliegtuig en kon ook het machinegeweer in de voorste koepel bedienen. Zijn broer Dellbert was ook actief in de Royal Canadian Naval Volunteer Reserve.
  • Sgt. James Henry RUDGE werd geboren in Birmingham (GB) in 1914 en was gehuwd met Elsie Margery Rudge, zonder kinderen. Hij was boordmechanicien of Sgt. Fligth engineer. Dit was in een vliegtuig de tweede belangrijkste positie, hij hielp de piloot bij het opstijgen, landen en besturen van de bommenwerper en had zelfs een beperkte opleiding om zelf te vliegen in noodsituaties.
  • P/O Gerard Frederick VINETT was een 25 jarige boerenzoon uit Richmond – Ontario. Hij was de 2de oudste zoon van een gezin van 15 kinderen. Hij was waarschijnlijk klein van gestalte want zat als ‘rear-gunner’ in de staart van het vliegtuig, een zeer beperkte ruimte waar hij alleen langs buiten kon in- en uitkruipen. Hij kwam in 1943 in dienst van het leger en had daarvoor nooit interesse betoond voor vliegen of vliegtuigen.
  • F/O Allan Gorrie SMITH was 27 jaar oud en woonde met zijn vrouw Margaret Mc Queen in Toronto. Hij was boekhouder van beroep. Hij had reeds in 1941 een aanvraag ingediend maar kon pas in november 1942 als navigator aan de slag. Omdat hij in de buik van het vliegtuig zat, onder de piloot en naast de radio-operator, was hij ook de enige die via het mangat een poging deed om uit het vliegtuig te springen, vergeefs echter. Ook zijn broer was vliegenier bij de RCAF, hij overleefde de oorlog wel.
  • Sgt. Thomas John WHITESIDE was woonachtig in Belfast voor de oorlog. Hij werd aangeworven bij de RAF en was radio-operator. Van hem hebben we bijzonder weinig gegevens teruggevonden.

Het 427 sqn RCAF

Het 427 sqn van de Royal Canadian Air Force werd opgericht in 7 november 1942 en had als basis Croft in Yorkshire. Vanaf mei 1943 maakte het volledig Canadese squadron deel uit van de 6de group van ‘Bomber Command’. Op 4 mei 1943 verhuisde het naar de basis Leeming (North-Yorkshire). Het deed in heel de oorlog 3277 operaties met meer dan 26.000 vluchturen op Wellington, Halifax en Lancaster-bommenwerpers. Het verloor 88 toestellen en 415 bemanningsleden. Het 427 sqn werd ‘geadopteerd’ door de bekende MGM-filmstudio in Hollywood en mocht afbeeldingen van de bekendste filmsterren op hun toestellen aanbrengen.

Tijdens de operatie van 27-28 mei 1944 was het doelwit Leopoldsburg. Dit kaderde in de campagne om – voor de landing van Normandië – zoveel mogelijk logistieke doelen van de Duitse legers lam te leggen. De bommenwerpers werden begeleid door Mosquito’s. Vanaf de basis van Leeming namen 34 Halifax III toestellen deel aan de raid op Leopoldsburg. Drie ervan keerden niet terug.

In totaal gingen bij de raid op Leopoldsburg 10 Halifaxen verloren: 8 werden neergehaald en 2 kwamen met mekaar in botsing en stortten neer. In totaal komen 43 bemanningsleden daarbij om. Anderzijds konden de bommenwerpers 8 vijandelijke vliegtuigen neerhalen waaronder 2 JU 88, een Me 109 en 2 FW 190. De Mosquito’s schieten een Me 109 en een Me 110 neer.

De Halifax-bommenwerper

Het neergeschoten vliegtuig was een Handley Page Halifax B Mk III, een zware nachtbommenwerper. De constructeur maakte vanaf 1939 twee andere types die steeds verbeterd werden. Vanaf 1943 was de Halifax III in zwang. In totaal werden tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 28.000 Halifax-toestellen gebouwd.

Het toestel had 4 sterke motoren Bristol Hercules en haalde als topsnelheid 454 km/u. Het had een bereik van 1.860 km en 7 bemanningsleden. Het imposante toestel had een spanwijdte van 31,70 m, een lengte van 21,80 meter en een hoogte van 6,30 meter; het woog volledig geladen 24,6 ton.

Het toestel had voor zijn verdediging mitrailleurs vooraan in de neus, 4 in de staart, 4 op de rug bovenaan en het kon 5,8 ton bommen meenemen.

De aanvaller

De Halifax werd neergeschoten door een Duitse Messerschmitt Bf110 G4, bestuurd door de 21-jarige Leutnant Kurt Matzak. Het toestel behoorde toe het Nachtjagdgeschwader 1 gebaseerd op Brustem bij St. Truiden. Vlogen ook mee in het vliegtuig: Unteroffizier Heinz Giefert, de radio operator en Gefr Lothar Weise, gunner.

Naschrift

Na de begrafenis bleef het toestel nog enkele weken liggen in het veld. Boeren en buurtbewoners konden af en toe wat spulletjes recupereren.

In 1950 besliste het gemeentebestuur van Lovenjoel om de Stationsstraat te verbreden en de kerkhofmuur af te breken. De graven van de Canadese soldaten moesten daarvoor ontgraven worden. Na wat bureaucratische rompslomp werd op advies van de Britse War Graves Commission beslist om de Halifax-vliegeniers te herbegraven op het Britse Oorlogskerkhof in Heverlee.

Het 427 sqn heeft nog vele bombardementen uitgevoerd en werd na de oorlogshandelingen ingezet om Britse gevangenen uit Duitsland terug te vliegen naar Groot-Brittannië. Nadien werd het squadron overgeheveld naar Canada, waar het momenteel met helikopters vliegt.

Victor Merckx