Noodlanding van een Spitfire op 4 december 1944

December 1944: België was bijna helemaal bevrijd van de nazi-bezetters. De bevrijding van Nederland was stuk gelopen op de slag van Arnhem en ook in het Oosten bleven de Duitse legers standhouden. Rond Kerstmis zouden ze overigens een tegenaanval starten in de Ardennen. In de lucht echter bleef alles echter even druk. De geallieerde luchtmachten bleven Duitsland bombarderen en Duitsland riposteerde met nieuwe wapens: de V1’s en de V2’s…

Op 4 december 1944, een koude herfstavond, kwam Robert Bavin thuis van school en vernam dat er in de buurt een vliegtuig gecrasht was. Samen met kameraden ging hij het gecrashte vliegtuig, een Spitfire, regelmatig ging bezoeken. Robert Bavin interviewde later verschillende getuigen van de noodlanding. De meeste getuigen wisten vrij zeker dat het vliegtuig was komen aanvliegen uit het westen), alvorens een crash-landing te maken. Het vliegtuig maakte een buiklanding en de schade was groot (een gat in het motorblok waaruit olie liep). De piloot was licht gewond weggehaald door één of twee jeeps met Amerikaanse soldaten, die in Boutersem gelegerd waren.

De plaats van de crash

De Latstraat is een klein straatje, gelegen op de gemeentegrenzen van Lovenjoel, Pellenberg, Lubbeek en Vertrijk. De lokale bevolking noemt die plaats ‘de streek’: dit is het landbouwgebied gelegen tussen de Latstraat en de Aarschotsebaan. Het gebied strekt zich uit over vier gemeenten (Lovenjoel, Pellenberg, Lubbeek en Vertrijk.) en ligt ingesloten tussen twee bossen ( ‘De Verbrande Bos’ en ‘De Kleine Bos’) en de Tiensesteenweg.

Wie was de piloot?

Over het type toestel waren de meesten getuigen het eens, het was een Spitfire. Een getuige wist dat de piloot een Tsjech was. Alleen waren er op 4 december 1944 2 Tsjechische piloten die een noodlanding moesten maken: Sgt. Miroslav Churàn en squadron Leader Jiri Hartman, allebei van het 310 squadron van de RAF. Uiteindelijk bleek dat het die laatste was die gecrasht was in Lovenjoel.

Jiri Hartman werd geboren in de Tsjechische hoofdstad Praag op 24 oktober 1917. Hij was al ingelijfd bij de Tsjechische luchtmacht toen de nazi’s Tsjechië inlijfden als protectoraat. In de zomer van 1939 vluchtte hij via Polen naar Frankrijk, waar hij verder getraind werd in de militaire vliegschool in Etampes. Op 19 juni 1940 werd hij vanuit Frankrijk geëvacueerd en kwam in Groot-Brittannië terecht. Na omzwervingen via andere legereenheden kwam Jiri Hartman in juli 1942 bij het 310 sqn terecht, dat volledig bestond uit Tsjechische vliegeniers. In februari 1943 werd hij B flight commander, vanaf oktober 1943 A fligth commander en in september 1944 voerde hij de leiding van het 310 sqn. In juni 1945 werd hij na 168 sweeps bekroond met een DFC (distinguished flying cross).

Samen met het 310 sqn vertrok hij na de Tweede Wereldoorlog naar het bevrijde Tsjechoslowakije, waar dit squadron de basis vormde van de nieuwe Tsjechische luchtmacht. Na de communistische machtsgreep in 1948 ontvluchtte hij samen met zijn Engelse vrouw en kind opnieuw zijn geboorteland. Hij bleef voor de RAF werken als testpiloot en beëindigde zijn carrière bij het British Search and Rescue-team van 275 sqn in Leconfield (Yorkshire), dat hij verder uitbouwde.

De Spitfire

De Supermarine Spitfire was een Brits jachtvliegtuig. Het toestel werd in 1938 in productie genomen door Supermarine Division van de Vickers Armstrong-fabriek. Het toestel werd gedurende de gehele Tweede Wereldoorlog ingezet, voornamelijk door de RAF. Er werden in totaal meer dan 20.000 stuks gebouwd in 24 verschillende types. Het was een uiterst performant toestel, zeer manoevreerbaar en met veel vermogen en haalde bijna 700 km/u. Deze eenzitter had 2 kanonnen en 4 mitrailleurs aan boord.

De Spitfire werd wereldberoemd omwille van de Slag om Engeland in 1940, waarbij de vliegtuigen ondanks hun kleiner aantal toch de overwinning behaalden. Later werd het vooral ingezet om bommenwerpers te escorteren. Hiervoor was hun actieradius echter te beperkt, waardoor steeds meer beroep gedaan werd op Amerikaanse jagers.

Doel van de missie

Het 310 sqn begeleidde op 4 december 1944 een bombardementsvlucht van 120 Lancaster-bommenwerpers van het 15 sqn, die een bombardement gingen uitvoeren op Oberhausen (Duitsland). In het jargon heet dit een ‘Ramrod’. Tijdens deze raid ging twee Lancasters verloren. Een werd geraakt door de Flak en de hele bemanning, allemaal Australiërs, kwamen om. De tweede had meer gelukt en crashte in bevrijd gebied. De ganse bemanning overleefde de crash.

Het 310 sqn had als basis North Weald in Essex. Deze basis was zeer belangrijk bij de ‘Slag om Engeland’ en herbergde nadien tal van ‘vreemde’ Fighter-squadrons, zoals de Tsjechen, maar ook Poolse, Spaanse, Noorse en Amerikaanse squadrons vonden er hun stek. De RAF-basis bestaat nog altijd.

Opruim van het gecrashte toestel

Robert Bavin herinnert zich nog levendig dat het hele toestel tijdens de oorlogswinter 1944-1945 bleef liggen. Er waren immers andere prioriteiten voor de geallieerden. Ondertussen hadden buurtbewoners al half het toestel gesloopt: benzine, de landingswielen, de zetel van de piloot, het plexiglas van de cockpit, ganse resems kogels, zelfs de mitrailleurs werden weggehaald. Uiteindelijk werd het toestel opgeruimd met carnaval 1945. De ouderen onder ons herinneren zich nog levendig dat de verbroedering met de Engelse en Amerikaanse soldaten na 5 jaren oorlog heel erg plezierig was.

Robert Bavin - Victor Merckx